
Voor de lancering van Covers for the World, een langlopend artistiek en sociaal engagement waarbij Pierre Mertens meer dan 4.000 tekeningen inzet voor de uitbouw van een kenniscentrum voor betaalbare en toegankelijke zorg, realiseerde hij samen met curator Edith Doove een tentoonstelling in het SHARE Knowledge Centre. De tentoonstelling loopt tot 31 maart 2026 en is te bezichtigen tijdens de kantooruren van het SHARE Knowledge Centre in Moshi.
De tentoonstelling bracht werk van Mertens, opgebouwd uit eerdere tentoonstellingen die nooit eerder in deze context werden getoond, in dialoog met werk van vier Tanzaniaanse kunstenaars. De expo fungeerde niet als retrospectieve, maar als een contextuele herinterpretatie van bestaand werk.





Vier van de zes werken van Mertens vonden hun oorsprong in zijn deelnamen aan de Biënnales van OostAfrika.

Een gezamenlijke muurschildering, oorspronkelijk gerealiseerd in Dar es Salaam, werd voor deze tentoonstelling opnieuw uitgevoerd als beschilderde toegangspoort tot het domein. Mertens realiseerde dit werk samen met de Tanzaniaanse kunstenaars David Valerian Mlay en Prince John Hugo.

Een centraal werk in de tentoonstelling is een herinterpretatie van Les Demoiselles d’Avignon van Pablo Picasso. In het oorspronkelijke schilderij gebruikte Picasso Afrikaanse maskers binnen een modernistisch idioom. In een eerste versie voor de Biënnale van Oost-Afrika maakten Mertens, Ricardo Brey, Mulugeta Tafesse en Willo Gonnissen een symbolische ingreep om deze toegeëigende beeldtaal terug te geven aan Afrika. In Moshi realiseerden vier Tanzaniaanse kunstenaars een nieuwe versie van dit werk, aangevuld met werk uit hun eigen oeuvre.

African Heroes, een werk op kanga, vertrekt vanuit de stadskaart van Dar es Salaam. Samen met collega-kunstenaar Willo Gonnissen tekende Mertens daarover levenslijnen van een hand en een sterrenkaart. De namen van sterren werden vervangen door Afrikaanse helden, vaak verzwegen of uitgewist door de koloniale geschiedenis. In Moshi werd het werk interactief: bezoekers voegden massaal namen toe van hun eigen helden, waardoor het werk evolueerde tot een collectief geheugen in beweging.



Een selfie met Mertens, verzonden naar zijn pas tot held genomineerde vader
Moringa ontstond uit een eerder sociaal-artistiek project met vrouwen met een migratieachtergrond en verbeeldt de vaak onzichtbare expertise die nodig is om duurzame integratie in de arbeidsmarkt mogelijk te maken.

Tijdens de opening op 3 december werden zeven moringabomen geplant rond het gebouw, als levende verwijzing naar de 7000 Eiken van Joseph Beuys voor Documenta. De bomen functioneren als tijdsdragers: groeiend, zorgvragend en toekomstgericht.

Het werk Afrikaanse Waarden, oorspronkelijk ontwikkeld in het atelier met infuuszakken, werd in Moshi opnieuw opgebouwd met lokaal materiaal. In plaats van zakken werden plastic flessen gebruikt, niet in één rij maar verspreid door het hele gebouw. Door de flessen heen zijn Afrikaanse waarden in Swahili leesbaar, waarden die onder druk kwamen te staan door het koloniale verleden. Bezoekers moesten deze woorden letterlijk zoeken in gangen, hoeken en zelfs sanitaire ruimte.

Umoja — samenhorigheid
Ushirikiano — samenwerking
Heshima — respect
Huruma — mededogen
Uaminifu — vertrouwen, trouw
Uwajibikaji — verantwoordelijkheid
Ukarimu — gastvrijheid
Haki — rechtvaardigheid
Subira — geduld
Upendo — liefde
Ujasiri — moed
Busara — bedachtzaamheid

Speciaal voor deze tentoonstelling werd een monumentaal portret van een kind met hydrocefalie toegevoegd aan de reeks Loving Care, waarin Mertens twaalf schilderijen van twee bij anderhalve meter realiseerde van onbehandelde kinderen in de Filipijnen. Het werk werd buiten aan de ingang opgesteld en fungeert als visueel en ethisch ankerpunt van de tentoonstelling.



Lightness Jonas
Lilian Munuo



Prince John Hugo


David Valerian Mlay

